Wat is organisatietheologie?
Woorden worden geboren op het aambeeld van het dagelijks leven. Je gebruikt ze voor je precies weet wat ze betekenen. Dat geldt ook voor het woord organisatietheologie. Wat is dat eigenlijk?
Weten wij veel. We hebben het woord in het leven geroepen, omdat we met iets bezig zijn wat nog geen naam heeft. We doen het in de vaste overtuiging dat het woord betekenis geeft aan ons handelen en ons helpt begrijpen waar we eigenlijk mee bezig zijn.
Een woord dat onze verbeelding in gang zet en weerklank vindt bij anderen die ook met iets vergelijkbaars bezig zijn. Tien jaar geleden zou de term organisatietheologie betekenisloos zijn geweest. We zouden er niet op gekomen zijn en er zou nog geen handelen bij horen. Maar nu is er handelen dat vraagt, nee smeekt, om het woord organisatietheologie.
En nu is het nodig om het woord op te tuigen met een stuk theorie. Theorie in de vorm van een steiger. Het gaat niet om de steiger zelf, maar om de praxis die eronder en erachter vorm krijgt. Gaat het om een nieuw gebouw of de restauratie van een bouwval? Allebei eigenlijk. Theologie is de afgelopen decennia de hoeder geweest van een in verval geraakt gebouw, iets wat verworden is tot een ruïne. Theologie bestaat al heel lang, maar de toepassing ervan binnen de wereld van bedrijven en organisaties is nieuw. Daarom is wat volgt een verkennende beschrijving.
De functie van de theoloog
De geschiedenis van West-Europa heeft grotendeels in het teken gestaan van de ontwikkeling van het christendom. Het christendom was de dominante religie van ongeveer 500 tot 1950. De rol van de theoloog gedurende die lange periode is niet in een definitie te vatten. In algemene zin waren zij degenen die het christelijke gedachtengoed formuleerden, doorgaven en bewaakten. Dat deden ze grotendeels in gehoorzaamheid aan de Rooms-Katholieke Kerk, maar niet altijd.
Sommige theologen waren poortwachters. De poortwachter hield verkeerde ideeën buiten en zagen erop toe dat binnen de eigen gelederen geen verkeerde ideeën konden ontstaan. En waar dat niet lukte, was de brandstapel een effectieve oplossing. Soms waren theologen systemische denkers die het bestaande gedachtengoed wisten te ordenen. Denk aan Thomas van Aquino, die het neoplatonisme en het aristotelianisme wist te integreren tot één coherent systeem.
Andere theologen gaven om mensen die gebukt gingen onder oorlogen, ziekte en verlies en brachten troost en zielzorg. Denk aan paus Leo die opkomt voor de verdrukten van deze wereld. Weer andere theologen waren rebellen. Toen Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkerk in Wittenberg spijkerde, begon hij een revolutie die het einde van de hegemonie van de middeleeuwse kerk betekende en de moderne tijd inluidde.
Theologen van de onderste steen
Wij leven in een tijd die een revolutie nodig heeft. De democratie staat onder druk. Het klimaat staat drastisch te veranderen. Het bedrijfsleven opereert alsof economische groei oneindig is. Burgers zijn gereduceerd tot consumenten voor wie het doel van het leven bestaat uit de vervulling van materiële wensen. De diepgaande transformatie van onze samenleving die nodig is, komt niet vanzelf. Er is sprake van een systeem met vele stakeholders die belang hebben bij de status-quo. Wij zien een rol voor de theologie om de verandering die nodig is te bervorderen.
De tijd dat theologen alleen voor, met en in de kerk wat te zeggen hadden, is allang voorbij. Religie is gemarginaliseerd geraakt, maar de nieuwe ruimte die ontstond, is niet vrij van krachtenvelden. Ideologieën en onbewuste religieuze drijfveren hebben de plaats ingenomen van de oude vertrouwde religie.
Als theologen kiezen we ervoor te verhuizen van het domein van de religie naar het publieke domein. Ja, ook theologen kunnen hun discipline seculariseren. Waarom niet? Waarom zouden wij vanuit onze kennis en kunde niet mee kunnen doen met het publieke debat?
Wij voelen ons verwant met de rebelse Luther en weten ons geïnspireerd door Nietzsche, die met zijn aankondiging van de dood van God een bom legde onder een verchristelijkte samenleving. De moderne ideologische goden van deze tijd moeten eraan. We kunnen wel weer een nieuwe beeldenstorm gebruiken.
Maar naast dat we rebels zijn, zijn we ook begaan met de samenleving. Er is veel angst en onzekerheid met betrekking tot de toekomst. Mensen zijn op zoek naar zingeving die het consumentisme ontstijgt. Ook in het bedrijfsleven willen veel mensen anders, maar ze weten vaak niet hoe.
Daarom willen wij de diepte in gaan. Niet zomaar wild om ons heenslaan en van alles roepen, maar juist luisteren en vragen. Zo krijgen wij bij de organisaties waarmee we werken de onderste steen boven. Wij zijn theologen van de onderste steen. Zo maken wij het bouwwerk een stukje instabieler, zodat verandering logisch, mogelijk en wenselijk wordt.
Verandering
Als organisatietheologen helpen wij organisaties en hun mensen te transformeren en zelf instrumenten van verandering te worden door die te gaan belichamen. Er is meer nodig dan wat bakens verzetten of stroomdiagrammen wat anders te laten verlopen. Het economische systeem zelf moet omgebogen worden.
Organisatietheologen zijn er niet om te dwingen of op te leggen. Ze maken zelf de verandering niet die nodig is. Ze faciliteren. Een beetje zoals de dominee en pastoor mensen dingen uitlegden, maar niemand dwongen. Hoewel, dwang was er vroeger genoeg. Wij zoeken geen dwang, maar momentum. Een sociale beweging naar iets nieuws waar iedereen eigenaar van is.
Wij verbinden de lokale organisatie aan de grotere vragen die de hele samenleving aangaan. Dat is iets anders dan merkstrategie om de winstmarge te verhogen. Het is praten over bestaansrecht. Het is ook iets anders dan de organisatie helpen zijn eigen doelen te verwezenlijken, hoewel dat er zeker bij hoort. Maar het is ook de doelen bevragen in het licht van het grote plaatje.
Hoe wij theologie gebruiken
Wij seculariseren de theologie en gebruiken het als gereedschap om zingeving, ethiek, maatschappelijke transformatie en utopisch denken te agenderen en te implementeren. Als theologen hebben wij geleerd om religies te interpreteren als ideologische systemen en zien we dat ideologieën op een of andere manier ook weer religieuze drijfveren kennen. Dat komt ons goed van pas als organisatietheologen, omdat organisaties ook altijd beide aspecten kennen.
Organisatietheologie bestaat in onze ogen uit vijf onderscheiden gebieden of stappen die ook de vijf fasen van een organisatietheologisch traject aanduiden. Elke stap kent zijn eigen theologische en/of filosofische bronnen en toepassingsgebied.
Theologie als heuristisch instrument. Wat is heilig in een organisatie? Waar liggen de taboes? Hoe moeten we de organisatie lezen? Welke uitdagingen zijn er? In de theologie heet dit hermeneutiek, interpretatiekunde. Voor je kan weten wat nodig is, moet je eerst weten wát er is.
Theologie als kritisch instrument. Elk mens, elk systeem, elke organisatie kan en mag kritisch tegen het licht van de werkelijkheid worden gehouden. Daar is geen veroordelende houding voor nodig. Beoordelen is nodig om te weten waar de pijnpunten of uitdagingen liggen. Wij halen onze inspiratie uit de kritiek die Luther in 1517 uitte en de theologen uit de jaren zestig die doorhadden dat God in de westerse cultuur dood was.
Theologie als transformatief instrument. De beste theologen spraken over veranderen in het besef dat wat we ook mogen zijn, er nog zoveel meer mogelijk is. Volgens Kierkegaard is het de taak van een mens om mens te worden. Wat voor mensen geldt, gaat ook op voor organisaties en de samenleving als geheel. We zijn er nooit. Op het moment dat we denken er te zijn, wordt het nu vanzelf een hel.
Theologie als utopisch instrument. Veranderen is op weg zijn en op weg zijn is nadenken over waar je naartoe gaat. Onze aankomstplaats bestaat nog niet of is altijd in beweging; deze ligt altijd in de toekomst. Verbeelding probeert te bedenken hoe het er daar uitziet en hoop geeft ons de moed om niet op te geven.
Theologie als praktisch instrument. Verbeelding betekent in beweging komen. Hoop zet aan tot actie. Als we morgen een betere samenleving willen moeten we vandaag de handen ineenslaan om betere organisaties te creëren. Als we betere organisaties willen, moeten we begrijpen dat organisaties nooit beter zullen zijn dan de mensen die er werken.
Tenslotte
Organisatietheologie is seculier in de zin dat het geen geloof of religie propageert en zich richt op de samenleving als geheel en specifiek op het bedrijfsleven.
Organisatietheologie is radicaal in de zin dat het een ideologische analyse uitvoert en in alle systemen de religieuze drijfveer blootlegt. Het streeft systemische verandering na.
Organisatietheologie is ethisch in de zin dat het ethische deliberatie aanmoedigt en aanwakkert om tot een nieuw moreel handelingsperspectief te komen dat zich richt op het goede.
Organisatietheologie is spiritueel in de zin dat het zich nadrukkelijk afzet tegen een materialistische opvatting van de werkelijkheid en een corresponderende materialistische opvatting van de betekenis van het menselijk leven. Het zoekt de diepere betekenislaag in de mens te activeren in de zoektocht naar het goede.
Organisatietheologie is praktisch in de zin dat het concrete veranderingen nastreeft en die wil implementeren in de wijze waarop organisaties opereren en met mensen omgaan.