Laten we het eens hebben over diepgang

De schreeuw om diepgang. Ik hoor hem steeds vaker. Of ben zelf een van de schreeuwers. In een tijd van oppervlakkigheid lijkt diepgang de andere kant van het spectrum te zijn. Een hobby voor serieuze mensen. Té serieuze mensen. Of te idealistische, activistische mensen. Naïeve jongeren die vinden dat verandering niet snel genoeg gaat. Dan hebben we denk ik wel wat stereotypen te pakken.

Hoe zwaarder de kost is waar we het over hebben, hoe makkelijker mensen als zwartkijkers worden weggezet. Ik wil wat doen aan dat frame. Echte verandering komt niet bij de serieuze mensen vandaan. Die zijn makkelijk op afstand te houden. De pijn, het verdriet, de angst ruik je op afstand. Meestal hebben ze gelijk. Maar is de grote massa er nog niet klaar voor. Meer serieusheid gaat dan niet helpen. Je kunt met nog zoveel IPCC-rapporten zwaaien, degenen die het lastigst te overtuigen zijn gaan dan niet opeens overstag.

Laten we het eens van een hele andere kant bekijken.

Diepgang heeft alles te maken met blijven drijven

Diepgang is niet alleen voor zichzelf heel serieus nemende mensen die de tijd hebben om over zware dingen na te denken. Diepgang is net zo goed een technische term. Het gaat over het stuk van een schip dat onder water ligt. Dat wat je niet ziet. Hoe groter het schip en hoe zwaarder de lading, hoe belangrijker het is om genoeg diepgang te hebben.

Te weinig diepgang en een schip slaat om. Teveel diepgang en een schip veroorzaakt allemaal problemen aan de bodem door de grote stroming die ontstaat. Wat voor vastgelopen sluizen zorgt. Ik verzin het niet →

Het is een beeld dat je kunt toepassen op welk thema dan ook. Te weinig diepgang en een boodschap wankelt bij het eerste vleugje tegenwind. Teveel diepgang en er wordt in de onderstroom teveel losgemaakt, wat voor weerstand zorgt. De boodschap komt in beide gevallen niet aan. Ik pleit daarom voor genoeg diepgang. Weten dat je verhaal bestand is tegen andere geluiden. Vertrouwen dat je met genoeg geduld, herhaling en doorzettingsvermogen de ander bereikt.

Té serieus is ook oppervlakkig

Het moet kloppen. Geloofwaardig zijn. Doordacht en gelaagd, maar niet teveel. Mensen moeten geen aanvullende cursus doen om je verhaal te kunnen begrijpen. Té serieus is in een bepaald opzicht ook oppervlakkig. De focus gaat dan liggen op de ernst van je verhaal en je gelijk. Niemand luistert graag naar mensen die zichzelf te serieus nemen. Zelfs als je weet dat ze gelijk hebben.

Als je wil dat mensen wat doen met je verhaal, zul je de beweging naar hen toe moeten maken. Je moet je huiswerk doen. Het verteerbaar maken. Met verteerbaar bedoel ik verteerbaar. Mensen moeten nog steeds kauwen. Het hoeft geen smoothie te worden. Het is je verantwoordelijkheid als chef om de ingrediënten zo te bereiden dat ze hun smaak behouden, maar je er geen buikpijn van krijgt. Het kan nog steeds complex zijn, pittig, anders dan anders of bitter. Je gooit alleen geen hoop rauwe ingrediënten op een bord om dan te verwachten dat mensen wel weten wat ze er mee moeten doen.

Terug naar de maritieme wereld. Hoe kom je er nou achter of je diepgang goed is? Je zult bodemonderzoek moeten doen. Je moet weten wat je aan boord hebt. Het leeggewicht van je schip, de lading, de hoeveelheid drinkwater en brandstof. Je moet weten hoe de vaarroutes lopen, wat de (ongeschreven) regels zijn. Je moet letten op je snelheid, op de andere schepen, het weer.

Ga er nooit van uit dat je verhaal na een keer nadenken wel goed is. Ga het stresstesten. Bij de mensen die je van jezelf nooit zou spreken. Degenen waarvan je weet dat ze in de weerstand schieten. Mensen waarvan je nu al weet dat ze niet genoeg kennis hebben om je meteen te kunnen volgen.

Als het verhaal eenmaal staat, wordt communiceren een stuk essentiëler. Omdat je je huiswerk hebt gedaan. Je weet dat het schip wat kan hebben. En jij je kan focussen op verbinden. Op je intuïtie. Dan kun je echt gaan varen. En wordt de kans dat je boodschap aankomt een stuk groter.

Een zware boodschap zonder hoop is onverantwoord

Als iets echt belangrijk is, heb je niet de optie om het voor je te houden. Dan draag je dat als last met je mee. Het vreet je op vanbinnen. Jij ziet heel scherp dat er echt iets moet gebeuren. Maar de rest niet. Waar begin je dan? Iedereen zou dit moeten weten, toch? Als iedereen nou eens hetzelfde zou zien als jij, dan komt men wel in beweging, toch?

Ik weet het niet.

Ik kom vaak niet meteen in actie als ik zie dat dingen niet kunnen blijven zoals ze zijn. Hoe groter het probleem, hoe sneller de moed me in de schoenen zinkt. Wanneer ik wel in actie kwam? Als ik precies wist wat die volgende stap was. En de drempel daarvan zo laag was dat ik het bijna niet kon laten.

Wat dat betreft gaat communicatie, marketing, hoe je het ook wil noemen, niet om mensen overtuigen van je punt. Je wordt pas echt effectief als je je publiek iets laat zien, laat voelen, om het daarna zo eenvoudig mogelijk te maken om die eerste kleine stap te zetten. Zeker als jij heel helder hebt wat er moet gebeuren, is het je verantwoordelijkheid om dat verhaal zo licht verteerbaar mogelijk te maken. Niet om die last in je eentje te blijven dragen.

Diepgang heeft alles te maken met uitzicht. Met visie. Met hoop. Zonder hoop loop je vast. Een te zware boodschap zorgt ervoor dat je niet ver genoeg boven het oppervlak kunt uitstijgen dat je niet zo ver kunt kijken. Een zware boodschap brengen zonder hoop is onverantwoord. Waarom? Je geeft mensen geen kans om te drijven, om zich ergens aan vast te houden. Marketing met diepgang heeft altijd een uitzicht. Uitzichtloze marketing brengt mensen niet in beweging. Hopeloos.

Hoop ≠ wensdenken

Echte hoop geeft kracht. Maakt je doelgericht. Ook als de omstandigheden een ander verhaal lijken te vertellen. Wensdenken plaatst de verantwoordelijkheid buiten jezelf. Wat voor een afhankelijkheid zorgt die - mij in elk geval - niet echt motiveert om in actie te komen. Mensen een uitzicht voorschotelen zonder iets van een route, nodigt niet uit om een eerste stap te zetten. Laat staan dat je alles laat vallen en echt op avontuur gaat.

Om het vol te houden heb je evenwicht nodig. Teveel diepgang of te weinig, met beide kom je niet ver. Saai ja, weer een pleidooi voor balans. Dat is het ding. Balans is een oefening. Het is een gesprek. Dialoog. Duurzaam. Niet makkelijk. Niet snel klaar. Lang ongemakkelijk. En dat is precies waarom het zo vaak niet gebeurt.

Maar ik heb hoop. Ik geloof dat het kan. Omdat ik ze steeds meer zie. De echte gesprekken over de moeilijke dingen. Verbinding die de oppervlakkigheid voorbijgaat. Mensen die zich niet meer achter hun idealisme verschuilen om iets te vinden van de mensen “die het niet zien”. Die durven te praten over de angst die ze voelen wanneer dingen niet snel genoeg gaan. Ik zie steeds meer bubbels barsten. Steeds meer mensen die hun verantwoordelijkheid nemen en weten dat ze niet maar een lading feiten over anderen heen kunnen gooien om tot echte verandering te komen.

Misschien is dit wel mijn bijdrage. Jou inspireren om iets meer aandacht te geven aan dat verhaal waarvan je merkt dat het bij zo weinig mensen binnenkomt. Hopelijk heb ik het verteerbaar genoeg gemaakt en je iets gegeven waar je wat mee kunt. Zo niet, laat het me alsjeblieft weten. En als je er wel wat mee kan, dan ben ik heel benieuwd welke boodschap jij wil laten aankomen.

Ruben Beijl

Ruben is bedrijfstheoloog en mede-oprichter van Vadem

https://linkedin.com/in/rubenbeijl
Vorige
Vorige

Wat is nog het geloven waard?

Volgende
Volgende

Laat jij je diepste overtuigingen thuis?