Wat is nog het geloven waard?

Geloofwaardigheid gaat over meer dan betrouwbaarheid.

In ons dagelijks taalgebruik staat geloofwaardigheid vooral tegenover ongeloofwaardigheid. Erop kunnen vertrouwen dat wat je zegt klopt met wat je doet.

De laatste tijd denk ik veel na over een diepere invulling van geloofwaardigheid. Want het lijkt alsof we er als samenleving naar snakken. Geloofwaardigheid in de meest basic vorm: betrouwbaarheid. Maar ook in mensen en initiatieven die “het geloven waard” zijn. We vinden mensen inspirerend die nog ergens in geloven. We noemen ze “authentiek” of “echte leiders”.

Het gaat net zo goed over overtuiging. En met overtuiging gaat het over wat mensen in beweging brengt.

Met alleen betrouwbaar zijn kun je nog steeds ontzettend stil blijven staan.

Wat me opvalt is dat er maar zo weinig voorbeelden zijn van clubs waar dit echt goed gaat.

  • Of het verhaal is goed (fantastische campagnes, grote budgetten ook), maar er wordt niet geleverd. Of ronduit het tegenovergestelde gedaan

  • Of er wordt wel geleverd (men doet fantastisch belangrijk werk), maar niemand heeft er ooit van gehoord

Allebei hebben ze een geloofwaardigheidsprobleem. Er moeten alleen verschillende dingen aangepakt worden.

Waar het eerste uitloopt op teleurstelling, frustratie en boosheid, zorgt het tweede ervoor dat hoe goed het idee ook is, het niet overleeft. Of nauwelijks.

Ik heb hier geen simpele oplossing voor. Het frustreert mij ook.

Sterker nog. Ik maak me er zelf ook schuldig aan. Dat krijg je als je goed bent met woorden. Dat je meer belooft (of verwachtingen niet tegenspreekt) dan je kunt waarmaken. Of dat ik juist niet genoeg deel met de wereld wat wél van waarde is.

Dit dilemma houdt me voorlopig nog wel even bezig en ik zal gaandeweg mijn opgedane inzichten met je delen. Net als voorbeelden van waar dit wel goed gaat en wat er ervan kunnen leren.

Het is in elk geval dat wat ik het liefste doe: zorgen dat het verhaal klopt en het mensen in beweging krijgt.

Dat betekent dat ik twee typen klanten kan bedienen, met een duidelijke voorkeur voor een van de twee.

1. Wanneer je al goed doet, maar te weinig mensen ervan weten (waardig, maar onzichtbaar)

Er is hoop wanneer je al goed doet, maar je het nog niet effectief vertelt. Dat is een kwestie van het verhaal tevoorschijn luisteren (die term heb ik geleerd van Suzanne van The Curiosophy Collective). Niet makkelijk, wel haalbaar. En, groot voordeel: een verlengstuk van wat er al is. Hoe komt dat eruit te zien? Ik ben erg gecharmeerd van Andy Raskin’s ‘Strategic Narrative’ als framework om woorden en daden uit te lijnen.

De eerste stap is in dit geval zichtbaar worden.

2. Wanneer je goed kunt marketen, maar je belofte niet inlost (ongeloofwaardig)

De tweede situatie is een grotere uitdaging. Wanneer het verhaal goed is, maar het niet matcht met gedrag. Dan hebben we het over een probleem in leiderschap, cultuur, verantwoordelijkheid en waarschijnlijk over een gebrek aan identiteit en zelfreflectie. Dat is meer dan een kwestie van taal. Dit gaat om diepgravende transformatie. En heel eerlijk: dat zie ik maar weinig gebeuren. Ontzettend waardevol wanneer het lukt. Ook daarin speel ik graag een rol. Al vraagt dit om een totaal ander skillset en de bereidheid van de ander om te veranderen.

De eerste stap in deze situatie is betrouwbaar worden.

Maar hoe hoopvol zou het zijn als het allebei lukt? Dat goede initiatieven overleven en onbetrouwbare clubs hun verhalen gaan waarmaken?

Ruben Beijl

Ruben is bedrijfstheoloog en mede-oprichter van Vadem

https://linkedin.com/in/rubenbeijl
Vorige
Vorige

Durf je je publiek te vertrouwen?

Volgende
Volgende

Laten we het eens hebben over diepgang